Op een gegeven moment werd er nog een effect toegevoegd dat bezoekers nooit meer zouden vergeten: het beweegbare plafond.

Het was geen gewoon plafond, maar een gigantisch frame hoog boven de dansvloer. Vol spiegels, bewegende panelen en neonverlichting in helder blauw en rood. Eerst hing het daar indrukwekkend als onderdeel van het decor. Maar zodra de muziek, de rook en het licht samenvielen, gebeurde er iets wat je niet verwachtte.

Langzaam begon het frame te zakken.

Steeds lager kwam het plafond naar beneden, tot vlak boven de dansvloer. Net buiten bereik. Je kon er bijna bij, maar net niet. En precies dát maakte het zo spannend. Ineens veranderde de hele ruimte. De enorme Galaxy-zaal werd intiemer, dichterbij en nog intenser.

Den Bosch hield zijn adem in.

In het midden hing aanvankelijk een spiegelbol, die duizenden lichtpuntjes door de zaal stuurde. Later kwam daar een enorm bewegend lichteffect voor terug, wat we vandaag waarschijnlijk een moving head zouden noemen. Dat ene lichtpunt schoot door de rook, langs de spiegels en over het publiek. In combinatie met de rood-blauwe neonpanelen ontstond een beeld dat je eerder in een internationale club, een tv-show of een sciencefictionfilm zou verwachten dan in een discotheek in Den Bosch.

Maar dat was Galaxy.

Niets was hier half werk. Niet de muziek. Niet het geluid. Niet de artiesten. En zeker niet de effecten.

Wanneer het plafond begon te zakken, wist iedereen dat er iets stond te gebeuren. De DJ bouwde de spanning op, de rookmachines draaiden overuren en de dansvloer keek omhoog. Vrienden tikten elkaar aan. Mensen wezen naar het plafond. Even stopte het praten en bleef alleen dat ene gevoel over:

WOW.

Het beweegbare plafond was meer dan techniek. Het was theater. Het maakte iedere bezoeker onderdeel van de show en gaf Galaxy precies die internationale allure waar de discotheek om bekendstond.

Je ging niet alleen uit in Galaxy.

Je stapte een wereld binnen die letterlijk naar je toe kwam.